Citaat | Hoge Raad 24 januari 2012

Alinea 32 Hoge Raad 24 januari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5241.

Hoewel de jongen wegliep bleef hij in onze nabijheid. Ik zag vervolgens dat hij op mijn vriend afvloog. Ik zag dat hij met zijn vuist in de richting van het gezicht van mijn vriend uithaalde. Op dat moment deed ik een stap naar voren en heb ik met mijn linkeronderarm zijn arm van richting veranderd. Hierna heb ik met mijn tot vuist gebalde rechterhand uit reflex de jongen een klap in zijn gezicht gegeven. Ik zag dat de jongen door de klap viel en dat hij bleef liggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b5b86f4b598ac07c51f43828af06250658d5862431fc9f4629ef9ce0578b760. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b5b86f4b598ac07c51f43828af06250658d5862431fc9f4629ef9ce0578b760, en de alinea staat in dat document op bytes 10035 tot 10520.