Citaat | Hoge Raad 6 maart 2012

Alinea 34 Hoge Raad 6 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5323.

Uit vorenstaande trekt het hof de conclusie dat bij tenminste drie ontmoetingen tussen verdachte en [slachtoffer] (18 op 19 juli, 20 op 21 juli en 21 op 22 juli) het voor verdachte kenbaar moet zijn geweest dat [slachtoffer] pijn had, lichamelijk gekwetst was en in een slechte conditie verkeerde. Verschillende getuigen geven immers aan dat dit voor hen op genoemde tijdstippen duidelijk waarneembaar was. Weliswaar kan van één blauwe plek in z'n algemeenheid niet worden gezegd dat dit naar zijn uiterlijke verschijningsvorm als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt, maar het totale beeld van het zichtbare letsel, in combinatie met de door getuigen beschreven lichaamshouding en beweging van het slachtoffer, moet (ook) voor verdachte wel als zwaar lichamelijk letsel herkenbaar zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39dcecfb38cec851119998a61fec89bb4714c582caba5d5ab4ec295c0a3cfe6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39dcecfb38cec851119998a61fec89bb4714c582caba5d5ab4ec295c0a3cfe6a, en de alinea staat in dat document op bytes 15503 tot 16324.