Citaat | Hoge Raad 24 januari 2012
Alinea 32 Hoge Raad 24 januari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5349.
Bij [A] werden door [verdachte], gevestigd te Waalwijk, werkzaamheden uitgevoerd aan de eerdergenoemde afvalwatermengtanks in de calamiteitenbak. Ik heb de chauffeur gevraagd naar welke locatie het uit de afvalwatermengtanks opgezogen materiaal zou worden afgevoerd. De persoon gaf mij de locatie op van [B] B.V., gevestigd te Waalwijk. De zuigwagen van [verdachte] was daar volgens deze werknemer reeds naar toe. Ik ben daarop direct naar de vestiging van [B] te Waalwijk gegaan. Aldaar trof ik de zuigwagen van [verdachte] aan. Ik zag dat deze wagen op dat moment schuin op een zogenaamd stortbordes stond, boven een ontvangstbak op het bedrijfsterrein van [B]. In de bak bevond zich een donkere hoeveelheid vloeibaar afval. Uit de aflaat van de vrachtwagen liep op dat moment niets meer. De aflaat van de zuigwagen was wel nat. Ik zag een persoon die aangaf de bestuurder van de zuigwagen te zijn. Op mijn vraag of hij daar had gelost antwoordde hij dat hij een deel had afgelaten, maar dat hij in opdracht van [B] zijn storting had moeten staken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/935e97b8e97f4048069fb44c7564cedfdfd9f9107ae94cbdb34ca6f1a8d80dea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 935e97b8e97f4048069fb44c7564cedfdfd9f9107ae94cbdb34ca6f1a8d80dea, en de alinea staat in dat document op bytes 10898 tot 11961.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/935e97b8e97f4048069fb44c7564cedfdfd9f9107ae94cbdb34ca6f1a8d80dea | shasum -a 256