Citaat | Hoge Raad 29 juni 2012
Alinea 110 Hoge Raad 29 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5630.
6.2.2 Onderdeel 1.1 van het incidentele middel van [verweerder 2 en 3] dat hiertegen opkomt, wil de opvatting ingang doen vinden dat voor ontslag van instantie op de voet van (overeenkomstige toepassing van) art. 123 Rv ook plaats is indien advocaat (destijds: procureur) wordt gesteld door een eiser of appellant die in een hoedanigheid procedeert die hij niet of niet meer bezit. Die opvatting is echter onjuist, omdat art. 123 Rv. geen betrekking heeft op de vraag of de eiser of appellant bevoegd is tot het instellen van de desbetreffende rechtsvordering of van het desbetreffende rechtsmiddel, maar enkel op de advocaat- (procureur-)stelling in verband met de verplichte procesvertegenwoordiging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc652e76feb8acf83019663e8ef7c12dffee44ae8ddc207e9c1a84385ae3f684. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc652e76feb8acf83019663e8ef7c12dffee44ae8ddc207e9c1a84385ae3f684, en de alinea staat in dat document op bytes 32177 tot 32893.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc652e76feb8acf83019663e8ef7c12dffee44ae8ddc207e9c1a84385ae3f684 | shasum -a 256