Citaat | Hoge Raad 29 juni 2012
Alinea 114 Hoge Raad 29 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5630.
3.1.1 Het hof stelt vast dat [eiser 1] de hoedanigheid waarin hij in eerste aanleg procedeerde heeft verloren bij het (doen) inschrijven van het onder 2.3.11 bedoelde beëindigingsvonnis, derhalve op 21 november 2007. Het exploot waarmee [eiser 1] tegen de bestreden uitspraak hoger beroep instelde en aldus de zaak met zaaknummer 200.002.097/01 aanhangig maakte, is betekend op 15 november 2007. [Eiser 1] heeft het geding in hoger beroep derhalve aanhangig gemaakt toen hij nog over de hoedanigheid beschikte waarin hij in eerste aanleg heeft geprocedeerd en waarin hij is veroordeeld. Daarom kan [eiser 1] in dit appel worden ontvangen. De omstandigheid dat hij deze hoedanigheid kort na het aanhangig maken van het hoger beroep heeft verloren voert niet tot een ander oordeel, aangezien hij er als gewezen procespartij in elk geval nog een te respecteren belang bij heeft te voorkomen dat het vonnis ten aanzien van de te zijnen laste uitgesproken proceskostenveroordeling onherroepelijk wordt."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc652e76feb8acf83019663e8ef7c12dffee44ae8ddc207e9c1a84385ae3f684. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc652e76feb8acf83019663e8ef7c12dffee44ae8ddc207e9c1a84385ae3f684, en de alinea staat in dat document op bytes 33727 tot 34739.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc652e76feb8acf83019663e8ef7c12dffee44ae8ddc207e9c1a84385ae3f684 | shasum -a 256