Citaat | Hoge Raad 17 januari 2012

Alinea 36 Hoge Raad 17 januari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6056.

Op 2 april 2008 deed [betrokkene 1] aangifte. Hij heeft verklaard dat hij die dag, 2 april 2008, omstreeks 14.00 uur werd gebeld door de politie, die hem vertelde dat in zijn woning aan de [a-straat 1a] te Halle was ingebroken. De daders zouden via de middelste achterdeur naar binnen zijn gegaan, welke deur altijd slotvast is afgesloten. Het slot in deze deur is een ouderwets zogenaamd poortslot. Op de bovenverdieping van de woning stonden deuren open die normaliter dicht zijn. Aangever [betrokkene 1] heeft voorts aangegeven, dat de dader(s) kennelijk via de voordeur van perceel [1a] weer is/zijn vertrokken, omdat deze deur van het nachtslot af was. Tot slot heeft aangever verklaard dat er niets is weggenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0387da081216435a1c690ba03a81131729e3fcabcace3881a65d9683c557286e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0387da081216435a1c690ba03a81131729e3fcabcace3881a65d9683c557286e, en de alinea staat in dat document op bytes 13680 tot 14412.