Citaat | Hoge Raad 3 februari 2012
Alinea 41 Hoge Raad 3 februari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6496.
De grootvader van [eiser] had krachtens overeenkomst in de periode 1956 - 1981 een persoonlijk recht om over het perceel van (thans) [verweerster] te gaan. [Eiser] onderbouwt niet dat er desondanks in die periode sprake is geweest van een buurweg. Deze zou dus hoogstens kunnen zijn ontstaan in de periode na het verstrijken van deze overeenkomst en vóór 1 januari 1992. [Eiser] heeft geen feiten gesteld en onderbouwd waaruit valt af te leiden dat de betrokken buren, in het bijzonder (de rechtsvoorgangers van) [verweerster], een uitdrukkelijke of stilzwijgende wilsverklaring hebben geuit die gericht was op het gezamenlijk tot stand brengen van een buurweg. [Eiser] legt alleen verklaringen van omwonenden over waaruit valt op te maken dat zij eveneens van het perceel van [verweerster] gebruik maken of maakten. (rov. 3.2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be0f662ad6a8a5a44657ed6a06ce24d1ab5db26661e32f396fc0be5a8a416e5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be0f662ad6a8a5a44657ed6a06ce24d1ab5db26661e32f396fc0be5a8a416e5a, en de alinea staat in dat document op bytes 11392 tot 12234.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be0f662ad6a8a5a44657ed6a06ce24d1ab5db26661e32f396fc0be5a8a416e5a | shasum -a 256