Citaat | Hoge Raad 3 februari 2012

Alinea 46 Hoge Raad 3 februari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6496.

Het hof heeft immers in rov. 3.3 en 3.4 groot belang gehecht aan een brief van grootvader [betrokkene 1] van 22 mei 1956 en aan de hiervoor in 3.1 (iv) genoemde overeenkomst. Uit genoemde brief heeft het hof opgemaakt dat bij [verweerster] en de familie [van betrokkene 1] steeds sprake is geweest van een welwillende houding jegens de buren die echter niet verder ging dan een gedogen (rov. 3.3), en uit genoemde overeenkomst heeft het hof afgeleid dat (de rechtsvoorganger van) [eiser] in de periode van 1956 tot 1981 slechts een persoonlijk, uit die overeenkomst voortvloeiend recht had om over het perceel van [verweerster] te gaan (rov. 3.2). Gelet op deze feiten en omstandigheden is niet onjuist of onbegrijpelijk dat het hof de hiervoor in 3.4 weergegeven stellingen van [eiser] ongenoegzaam heeft geoordeeld om het bezit van een recht van buurweg aan te nemen, nu immers de genoemde brief en overeenkomst naar het oordeel van het hof juist op het tegendeel wijzen. In het verlengde daarvan is evenmin onjuist of onbegrijpelijk het oordeel dat [eiser] ook voor de periode na 1981 (tot aan 1992) onvoldoende heeft gesteld; [eiser] verwijst immers niet naar stellingen waaruit zou kunnen volgen dat (de rechtsvoorganger van) [verweerster] met betrekking tot het gebruik van haar perceel door anderen na 1981 een andere houding dan voorheen heeft aangenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be0f662ad6a8a5a44657ed6a06ce24d1ab5db26661e32f396fc0be5a8a416e5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be0f662ad6a8a5a44657ed6a06ce24d1ab5db26661e32f396fc0be5a8a416e5a, en de alinea staat in dat document op bytes 14986 tot 16362.