Citaat | Hoge Raad 17 februari 2012

Alinea 49 Hoge Raad 17 februari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6506.

Dit wordt niet anders door de stelling van [eiser] c.s. dat [eiser 1] in hun huishouden de financiële zaken verzorgde en dat [eiseres 2] daarmee geen bemoeienis had, omdat deze stelling, ook indien juist, onverlet laat dat het bankafschrift waarop betalingen ter zake van de leaseovereenkomsten is vermeld, mede aan [eiseres 2] was gericht en dat weinig geloofwaardig is dat zij hiervan geen kennis heeft genomen. Het had daarom, ter onderbouwing van hun betwisting van de gestelde bekendheid, op de weg van [eiser] c.s. gelegen concrete nadere omstandigheden aan te wijzen waaruit kan volgen dat [eiseres 2], in weerwil van het voorgaande, niet met het bestaan van de leaseovereenkomsten bekend is geworden meer dan drie jaar voordat zij een beroep op deze vernietigingsgrond heeft gedaan. Dit hebben [eiser] c.s. nagelaten, zodat als vaststaand moet worden aangenomen dat [eiseres 2] daarmee toen al wel bekend was en, dus, dat haar bevoegdheid tot vernietiging was verjaard toen zij deze bedoelde uit te oefenen door de meerbedoelde brief. Voor bewijslevering zoals door [eiser] c.s. aangeboden is dan geen plaats meer. (rov. 4.13)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff55b085c28d4a18b4482e621bef2acd2ff92e0145e3c2fa29f6a8b3b4269462. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff55b085c28d4a18b4482e621bef2acd2ff92e0145e3c2fa29f6a8b3b4269462, en de alinea staat in dat document op bytes 19026 tot 20174.