Citaat | Hoge Raad 17 februari 2012
Alinea 61 Hoge Raad 17 februari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6506.
4.2.3 Het hof heeft, anders dan in onderdeel 1 van het middel in het principale beroep wordt aangevoerd, kunnen aannemen dat Dexia aan haar stelplicht heeft voldaan doordat zij onweersproken heeft aangevoerd dat de (substantiële) bedragen die [eiser 1] uit hoofde van de leaseovereenkomsten aan Dexia was verschuldigd, zijn betaald vanaf de "en/of"-rekening van [eiser] c.s., zodat het bestaan van die overeenkomsten kenbaar was uit de desbetreffende, mede aan [eiseres 2] gerichte, bankafschriften. Daarmee heeft het hof niet reeds geoordeeld dat [eiseres 2] kennis heeft genomen van de bankafschriften of wist van die transacties, doch alleen - niet onbegrijpelijk en zonder dat dit nadere motivering behoefde - geoordeeld dat de door Dexia gestelde feiten in beginsel de gevolgtrekking wettigen dat [eiseres 2] met ingang van de ontvangstdatum van het oudste bankafschrift waarop de desbetreffende betalingen staan vermeld, bekend was met de betrokken overeenkomst en dat het vervolgens aan [eiser] c.s. is die stellingen gemotiveerd te betwisten. In zoverre is het onderdeel tevergeefs voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff55b085c28d4a18b4482e621bef2acd2ff92e0145e3c2fa29f6a8b3b4269462. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff55b085c28d4a18b4482e621bef2acd2ff92e0145e3c2fa29f6a8b3b4269462, en de alinea staat in dat document op bytes 23424 tot 24540.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff55b085c28d4a18b4482e621bef2acd2ff92e0145e3c2fa29f6a8b3b4269462 | shasum -a 256