Citaat | Hoge Raad 17 februari 2012
Alinea 64 Hoge Raad 17 februari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6506.
Ter toelichting heeft Dexia het volgende aangevoerd. Met het oog op een praktische afdoening buiten rechte van duizenden met de onderhavige zaak vergelijkbare zaken moet de eis van daadwerkelijke bekendheid zodanig worden geobjectiveerd, dat alleen dan van verjaring geen sprake is als de echtgenote van de ontvangen bankafschriften aantoonbaar geen kennis heeft kunnen nemen, bijvoorbeeld omdat de echtgenoten van tafel en bed zijn gescheiden of de echtgenote in het buitenland woonde. Zonder dergelijke ten verwere aangevoerde bijzondere omstandigheden - als hoedanig in ieder geval niet kan gelden dat de echtgenote met de overeenkomst onbekend is omdat zij in het huishouden niets met de financiële zaken te maken heeft - zou zonder tegenbewijs moeten vaststaan dat ingeval de verschuldigde betalingen zijn gedaan vanaf de "en/of"-rekening van de afnemer en zijn echtgenote en de bankafschriften mede aan de echtgenote zijn gericht, de echtgenote vanaf het moment van ontvangst van het oudste bankafschrift met het bestaan van de overeenkomst daadwerkelijk bekend was, aldus Dexia.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff55b085c28d4a18b4482e621bef2acd2ff92e0145e3c2fa29f6a8b3b4269462. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff55b085c28d4a18b4482e621bef2acd2ff92e0145e3c2fa29f6a8b3b4269462, en de alinea staat in dat document op bytes 25306 tot 26405.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff55b085c28d4a18b4482e621bef2acd2ff92e0145e3c2fa29f6a8b3b4269462 | shasum -a 256