Citaat | Hoge Raad 17 februari 2012
Alinea 49 Hoge Raad 17 februari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6552.
3.6 De klacht is ongegrond. De wetgever beoogde ten aanzien van de mogelijkheden van beslag op en stille verpanding van toekomstige vorderingen een gelijke maatstaf te geven en heeft daarom lid 1 van art. 3:239 aangepast aan art. 475 Rv. door in dat lid een beperking aan te brengen waarvan de redactie parallel loopt aan die van art. 475 Rv. (Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), blz. 1247 en blz. 1337). Daarom kan niet worden aanvaard dat, zoals het onderdeel onder 1.3 betoogt, toekomstige vorderingen waarop op grond van art. 475 Rv. geen beslag kan worden gelegd omdat de geëxecuteerde die niet rechtstreeks zal verkrijgen uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding, wel voorwerp zouden kunnen zijn van stille verpanding. Terecht heeft het hof dan ook voor de beantwoording van de hiervoor in 3.5 bedoelde rechtsvraag aansluiting gezocht bij de rechtspraak met betrekking tot het beslag onder een bank- of giro-instelling, waarin beslist is dat een zodanig beslag wel het op het moment van de beslaglegging aanwezige creditsaldo van de rekening van de geëxecuteerde treft, maar niet de nadien daarop ten gevolge van betalingen door derden gecrediteerde bedragen. Ook de overige klachten van het onderdeel onder 1.1-1.3 stuiten hierop af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01657a1ecd2374692632370c2ae66e7edb1356bc285dc0cf36dc193218633bf1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01657a1ecd2374692632370c2ae66e7edb1356bc285dc0cf36dc193218633bf1, en de alinea staat in dat document op bytes 15305 tot 16587.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01657a1ecd2374692632370c2ae66e7edb1356bc285dc0cf36dc193218633bf1 | shasum -a 256