Citaat | Hoge Raad 7 februari 2012

Alinea 25 Hoge Raad 7 februari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6784.

1.3. Op 12 juli 2005 verklaarde [betrokkene 5] bij de politie dat hij in de zaak betrokken was geraakt door [betrokkene 6]. [Betrokkene 6] had hem in december 2004 of januari 2005 al gevraagd of hij aan vals geld kon komen. Later stelde [betrokkene 6] die vraag weer. Via [betrokkene 2] heeft hij [betrokkene 3] leren kennen, waarna hij een afspraak heeft geregeld tussen [betrokkene 6] en die [betrokkene 3]. [Betrokkene 6] zou 80.000 euro aan valse bankbiljetten kopen voor 35%. [Betrokkene 5] had aan [betrokkene 6] een proefbiljet overhandigd. Na de overhandiging van het proefbiljet, belde [betrokkene 6] dat hij geleverd wilde hebben. [Betrokkene 5] zou voor zijn bemiddeling een percentage van [betrokkene 6] ontvangen. Het initiatief was van [betrokkene 6] uitgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3989a46c6d326d3b4e3d1c2481945ba159d3772fec38c6dd18481c87d9c34956. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3989a46c6d326d3b4e3d1c2481945ba159d3772fec38c6dd18481c87d9c34956, en de alinea staat in dat document op bytes 11045 tot 11833.