Citaat | Hoge Raad 7 februari 2012
Alinea 26 Hoge Raad 7 februari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6784.
1.4. Tijdens de behandeling van zijn zaak op 12 januari 2006 verklaarde [betrokkene 5] dat [betrokkene 6] hem diverse keren had gevraagd of hij aan vals geld kon komen en dat hij uiteindelijk heeft gezegd dat hij er naar zou kijken. Via [betrokkene 2] kwam hij in contact met [betrokkene 3]. [Betrokkene 5] heeft een proefbiljet van 500 euro aan [betrokkene 6] gegeven. [Betrokkene 6] heeft het biljet in ontvangst genomen en gezegd dat hij dit naar zijn opdrachtgevers moest brengen. Na de overdracht heeft [betrokkene 6] continu gebeld met vragen wanneer en hoeveel ze konden leveren. [Betrokkene 5] heeft met [betrokkene 6] de afspraak gemaakt om elkaar op vrijdag 8 april 2005 bij het tankstation te ontmoeten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3989a46c6d326d3b4e3d1c2481945ba159d3772fec38c6dd18481c87d9c34956. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3989a46c6d326d3b4e3d1c2481945ba159d3772fec38c6dd18481c87d9c34956, en de alinea staat in dat document op bytes 11841 tot 12568.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3989a46c6d326d3b4e3d1c2481945ba159d3772fec38c6dd18481c87d9c34956 | shasum -a 256