Citaat | Hoge Raad 7 februari 2012
Alinea 56 Hoge Raad 7 februari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6784.
2.8. Nu de summiere informatie van [betrokkene 6] objectief bezien niet voldoende duidelijkheid opleverde over diens feitelijke rol in deze zaak, was de CIE weliswaar in beginsel vanwege het doorlatingsverbod gehouden het op handen zijnde transport van de valse bankbiljetten te (doen) onderscheppen, maar had de CIE daarna in verband met onder meer het bepaalde in artikel 126ij van het Wetboek van Strafvordering, zo spoedig mogelijk het Openbaar Ministerie op de hoogte moeten stellen van de toegepaste opsporingsmethode, waarna het Openbaar Ministerie vervolgens de verdachten, hun raadslieden en de voorlopige hechtenis/zittingsrechter had moeten informeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3989a46c6d326d3b4e3d1c2481945ba159d3772fec38c6dd18481c87d9c34956. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3989a46c6d326d3b4e3d1c2481945ba159d3772fec38c6dd18481c87d9c34956, en de alinea staat in dat document op bytes 26141 tot 26817.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3989a46c6d326d3b4e3d1c2481945ba159d3772fec38c6dd18481c87d9c34956 | shasum -a 256