Citaat | Hoge Raad 14 december 2012

Alinea 31 Hoge Raad 14 december 2012

Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7264.

3.4.1. De middelen 2 en 3 verzetten zich tegen 's Hofs hiervoor in 3.2 weergegeven oordeel dat A in de periode van 26 april 2002 tot 18 oktober 2007 niet als ondernemer in de zin van de Wet was aan te merken en daarom geen fiscale eenheid met de vennootschap en later ook met X2 B.V. heeft gevormd in de zin van artikel 7, lid 4, van de Wet. De middelen wijzen in dit verband op de omstandigheden dat a) belanghebbende tegen de hiervoor in 3.1.3 bedoelde beschikkingen van de Inspecteur geen bezwaar heeft gemaakt, b) eerder van de zijde van belanghebbende is gehandeld alsof sprake was van ondernemerschap van A, in het bijzonder bij het uitoefenen van het recht op onmiddellijke aftrek met betrekking tot de woonboerderij, en c) dat het verworven recht op aftrek niet kan worden gecorrigeerd door de in aftrek gebrachte belasting na te heffen. Onder deze omstandigheden brengen, aldus de middelen, het unierechtelijke vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel met zich dat bij het ophouden van A als ondernemer te handelen, de aan het ondernemerschap verbonden verplichtingen moeten worden nagekomen, zoals in dit geval de toepassing van het bepaalde in artikel 3, lid 3, aanhef, letter a dan wel letter c, van de Wet, en - voor het bepalen van de hoogte van de verschuldigde omzetbelasting - met overeenkomstige toepassing van de in artikel 13a van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 neergelegde regels van de herziening van voorbelasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6eab2f18c7f191969e854cd4243d12f68e44a373a72f28f271a73143b2021754. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6eab2f18c7f191969e854cd4243d12f68e44a373a72f28f271a73143b2021754, en de alinea staat in dat document op bytes 14367 tot 15833.