Citaat | Hoge Raad 14 februari 2012
Alinea 19 Hoge Raad 14 februari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7313.
Op donderdag 9 november 2006, omstreeks 14.55 uur was ik in dienst en verkleed als medewerker van TNT-pakket bezorgdienst. Ik had een uniform aan van TNT en had een voertuig van TNT tot mijn beschikking. Ik was belast met het afgeven van een gecontroleerd pakket ten behoeve van een drugsonderzoek. Ik had de opdracht van mijn sectiecommandant om het pakket af te geven op de [a-straat 1] te [woonplaats]. Het pakket was aan [verdachte] geadresseerd. Toen ik bij het genoemd adres voor de deur stond, deed een voor mij onbekende man open. Ik vroeg aan de man of hij [verdachte] was. Ik hoorde de man duidelijk zeggen: 'Mijn naam is [verdachte]'. Ik vroeg aan [verdachte] of hij een pakket uit Costa Rica verwachtte. Ik hoorde hem zeggen: 'Ik verwacht inderdaad een pakket uit Costa Rica.' Ik heb vervolgens [verdachte] een handtekening laten zetten onder een ontvangstbewijs. Ik overhandigde toen [verdachte] het pakket en hij ging naar binnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a8f09b01a443ddddfbb1936474813cd020dc96533be4c53dcc59b79f308511c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a8f09b01a443ddddfbb1936474813cd020dc96533be4c53dcc59b79f308511c, en de alinea staat in dat document op bytes 7139 tot 8096.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a8f09b01a443ddddfbb1936474813cd020dc96533be4c53dcc59b79f308511c | shasum -a 256