Citaat | Hoge Raad 7 februari 2012

Alinea 49 Hoge Raad 7 februari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7335.

Ik heb op verzoek van [medeverdachte 2] een Mercedes Benz E270 CDI Classic, kenteken [AA-00-BB], op 9 (het hof begrijpt: 19) september 2003 op mijn naam gezet. De auto was van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] reed erin. Deze auto bleek op 5 november 2003 in beslag te zijn genomen en ik moest toen op het politiebureau komen. Er was een vuurwapen in de auto aangetroffen. Op 7 november 2003 is de auto op naam gezet van [betrokkene 3], ook een vriend van [medeverdachte 2]. Ik wist dat het een dure auto was. [Medeverdachte 2] had mij gezegd dat hij de auto op naam van een bedrijf wilde zetten, maar dat dat bedrijf nog niet was ingeschreven. Ik heb [medeverdachte 2] niet gevraagd waarom hij de auto niet op zijn eigen naam kon zetten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f6d457d662c4b200e457601b534ed419547c8e618ea9d4fe6ccbdba4f65a48d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f6d457d662c4b200e457601b534ed419547c8e618ea9d4fe6ccbdba4f65a48d, en de alinea staat in dat document op bytes 11128 tot 11884.