Citaat | Hoge Raad 7 februari 2012
Alinea 52 Hoge Raad 7 februari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7335.
Het klopt dat van mijn privérekening op 2 (het hof begrijpt: 1) november 2006 een bedrag van 4760 euro ten gunste van [A] is afgeschreven voor een tafelboeking Convertible op naam van [D] restaurant en [C] en op 15 november 2005 een bedrag van 2067 euro voor een boeking Convertible op naam van [D] restaurant. De 5500 euro storting eigen rekening op 1 november 2006 en de 2100 euro storting eigen rekening op 14 november 2005 waren bedoeld voor deze betalingen. Ik heb dat geld gekregen van de klanten voor wie de tafels waren geboekt. Ik herinner me dat [medeverdachte 2] mij 5000 euro heeft gegeven. Het zou kunnen dat ik op 16 november 2005 met contant geld een factuur van [A] d.d. 11 september 2005, groot 2067 euro, heb betaald voor een VIP tafel op naam van [C]. Dat geld had ik van [medeverdachte 2] gekregen. De contant betaalde 2975 euro op een factuur van 2 mei 2006 op naam van [C] kan ik mij niet meer herinneren. Er is wel eens een feest in het voorjaar (het hof begrijpt: 2006) geweest dat ik met contant geld betaalde dat ik van [medeverdachte 2] had gekregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f6d457d662c4b200e457601b534ed419547c8e618ea9d4fe6ccbdba4f65a48d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f6d457d662c4b200e457601b534ed419547c8e618ea9d4fe6ccbdba4f65a48d, en de alinea staat in dat document op bytes 12094 tot 13185.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f6d457d662c4b200e457601b534ed419547c8e618ea9d4fe6ccbdba4f65a48d | shasum -a 256