Citaat | Hoge Raad 7 februari 2012

Alinea 59 Hoge Raad 7 februari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7335.

Ik heb drie retourvliegtickets Malaga voor [medeverdachte 2] met mijn creditcard betaald te weten op 26 januari 2006, 23 mei 2006 en 16 juni 2006 (600008). Ik weet niet meer of ik dat zelf gedaan heb of dat ik het creditcardnummer aan [medeverdachte 2] had gegeven of de creditcard zelf. Ik weet wel dat ik wel eens voor [medeverdachte 2] heb geboekt en toen bij zijn naam het nummer en het adres van mijn zaak heb opgegeven. Het is nooit bij mij opgekomen om tegen [medeverdachte 2] te zeggen dat hij zelf een creditcard kon aanschaffen. Het is ook nooit bij mij opgekomen dat ik hierdoor in de problemen kon komen. Het was een vriendendienst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f6d457d662c4b200e457601b534ed419547c8e618ea9d4fe6ccbdba4f65a48d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f6d457d662c4b200e457601b534ed419547c8e618ea9d4fe6ccbdba4f65a48d, en de alinea staat in dat document op bytes 14448 tot 15105.