Citaat | Hoge Raad 2 maart 2012
Alinea 46 Hoge Raad 2 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8176.
3.5.2 Anders dan het middel betoogt, bestaat echter niet zonder meer aanspraak op een voorafgaande behandeling en beoordeling van een dergelijke incidentele vordering. Indien een bijzondere wettelijke regel ontbreekt, zoals bij de hier aan de orde zijnde, niet in de wet geregelde incidentele vordering, geldt ter zake de maatstaf van art. 209 eerste zin Rv., die inhoudt dat de vordering eerst en vooraf wordt behandeld en beslist "indien de zaak dat medebrengt". Bij de toepassing van deze maatstaf dient de rechter, aan de hand van de aard en inhoud van de vordering, de belangen van partijen en het belang van een doelmatige procesvoering, na te gaan of een voorafgaande behandeling en beslissing redelijkerwijs geboden zijn en niet leiden tot een onredelijke vertraging van het geding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01ccb4f06ed4d7ba85392b06916ee3d40a5ce2fe3132423a12cd76a359028c12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01ccb4f06ed4d7ba85392b06916ee3d40a5ce2fe3132423a12cd76a359028c12, en de alinea staat in dat document op bytes 13973 tot 14776.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01ccb4f06ed4d7ba85392b06916ee3d40a5ce2fe3132423a12cd76a359028c12 | shasum -a 256