Citaat | Hoge Raad 2 maart 2012
Alinea 48 Hoge Raad 2 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8176.
3.5.4 In de rolbeslissing en het arrest van het hof ligt besloten dat naar het oordeel van het hof in dit geval geen reden bestond om eerst en vooraf de incidentele vordering te behandelen en te beslissen. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. [Eiser] heeft feitelijk sinds eind 2006 uitstel gehad voor de memorie van grieven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01ccb4f06ed4d7ba85392b06916ee3d40a5ce2fe3132423a12cd76a359028c12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01ccb4f06ed4d7ba85392b06916ee3d40a5ce2fe3132423a12cd76a359028c12, en de alinea staat in dat document op bytes 15320 tot 15711.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01ccb4f06ed4d7ba85392b06916ee3d40a5ce2fe3132423a12cd76a359028c12 | shasum -a 256