Citaat | Hoge Raad 13 maart 2012
Alinea 48 Hoge Raad 13 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8741.
2.4. Het middel stelt de vraag aan de orde of aan de getuige [getuige] toezeggingen zijn gedaan in de zin van art. 226g, eerste of vierde lid, Sv. Mede in aanmerking genomen hetgeen blijkens de wetsgeschiedenis door de wetgever is beoogd, moet het ervoor worden gehouden dat de in het eerste lid van art. 226g Sv bedoelde toezeggingen slechts zien op het geval dat bij de vervolging van de getuige in zijn strafzaak strafvermindering als bedoeld in art. 44a Sr zal worden gevorderd alsmede op andere kwesties die rechtstreeks verband houden met de beslissingen als bedoeld in de art. 348 en 350 Sv, en dat de in het vierde lid van art. 226g Sv bedoelde toezeggingen zien op afspraken die anderszins op enigerlei wijze een gunstige invloed kunnen hebben op de bereidheid van een getuige tot het afleggen van een verklaring.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/372821397b484d3e9f9637f885345f60253a4a224cfaa51287a589a99ce09349. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 372821397b484d3e9f9637f885345f60253a4a224cfaa51287a589a99ce09349, en de alinea staat in dat document op bytes 19256 tot 20091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/372821397b484d3e9f9637f885345f60253a4a224cfaa51287a589a99ce09349 | shasum -a 256