Citaat | Hoge Raad 13 maart 2012
Alinea 21 Hoge Raad 13 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8746.
Doorzoeking van plaatsen, niet zijnde woningen en kantoren van geheimhouders, was tot de invoering van de Wet herziening gerechtelijk vooronderzoek - behoudens spoedzoeking door de officier van justitie - een exclusieve bevoegdheid van de rechter-commissaris in het kader van een door het openbaar ministerie gevorderd en vervolgens toegestaan gerechtelijk vooronderzoek. Sedert 1 februari 2000 is doorzoeking van plaatsen niet zijnde woningen en kantoren van geheimhouders en het onderzoek naar computergegevens een in de artikelen 97 en 125i van het Wetboek van Strafvordering geregelde zelfstandige bevoegdheid van de officier van justitie, welke, op een enkele uitzondering na, geen rechterlijke tussenkomst vereist. Die rechterlijke tussenkomst, voor zover daar nog wel geldend, dient niet ter bescherming van de rechten van de betreffende verdachte, maar is juist gegeven in verband met de rechtsbescherming van degene op wiens domein door de zoeking inbreuk wordt gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9543378c16579e1bb18110a4a93de99f1bb1ca2fd415967c3e006cc5402ba1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9543378c16579e1bb18110a4a93de99f1bb1ca2fd415967c3e006cc5402ba1b, en de alinea staat in dat document op bytes 8449 tot 9441.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b9543378c16579e1bb18110a4a93de99f1bb1ca2fd415967c3e006cc5402ba1b | shasum -a 256