Citaat | Hoge Raad 13 maart 2012

Alinea 32 Hoge Raad 13 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8746.

3.2. Het instituut van de verjaring van het recht tot strafvordering steunt van oudsher onder meer op de gedachte dat het in de regel na een bepaald tijdsverloop niet meer nodig is met vervolging en bestraffing te reageren op de door het strafbare feit veroorzaakte verstoring van de rechtsorde. Door van zijn bevoegdheid tot het verrichten van een daad van vervolging gebruik te maken, waaraan art. 72, eerste lid, Sr het rechtsgevolg van stuiting der verjaring verbindt, brengt het openbaar ministerie tot uitdrukking dat de inbreuk op de rechtsorde (nog steeds) strafvervolging vereist. Daarnaast steunt het instituut van de verjaring op het ervaringsgegeven dat door tijdsverloop het bewijs kan vervagen (vgl. HR 4 oktober 2005, LJN AT2968, NJ 2006/611).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9543378c16579e1bb18110a4a93de99f1bb1ca2fd415967c3e006cc5402ba1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9543378c16579e1bb18110a4a93de99f1bb1ca2fd415967c3e006cc5402ba1b, en de alinea staat in dat document op bytes 11783 tot 12554.