Citaat | Hoge Raad 14 februari 2012

Alinea 24 Hoge Raad 14 februari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8755.

2.3. De klacht berust kennelijk op de opvatting dat voor de toewijsbaarheid van de vordering van de benadeelde partij bewijs(minimum)regels van het Wetboek van Strafvordering in aanmerking moeten worden genomen. Die opvatting is onjuist. Te dien aanzien gelden immers de regels van stelplicht en bewijslastverdeling in civiele zaken. Het middel faalt in zoverre.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65abbcc32aec16bf56964fbc99c0e4e742484ea39bf31cee6f697fa3dc1ef7f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65abbcc32aec16bf56964fbc99c0e4e742484ea39bf31cee6f697fa3dc1ef7f1, en de alinea staat in dat document op bytes 9083 tot 9458.