Citaat | Hoge Raad 15 mei 2012
Alinea 34 Hoge Raad 15 mei 2012
Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8773.
"(...) U vraagt mij of ik mij nog kan herinneren wat er precies in het busje is gezegd. De verdachte zei dat hij het niet meer zag zitten, omdat een hoop mensen om hem heen er niet meer waren. Toen zei hij ook dat hij iets ergs had gedaan. Ik heb hem toen gevraagd: wat heb je dan gedaan? Hij zei toen: "Dan moet je maar gaan kijken op de [a-straat]." Hij zei daarbij ook het huisnummer, maar dat weet ik nu niet meer, het was iets met 160. Ik heb hem toen nog een keer gevraagd: maar wat heb je dan gedaan, waarop hij hetzelfde antwoord gaf. Dit gebeurde ongeveer drie keer. De verdachte kwam dusdanig op mij over dat ik de indruk kreeg dat hij inderdaad iets ergs had gedaan. Dat kwam door de woorden die verdachte gebruikte. Ik weet niet meer precies wat die woorden waren, maar de strekking ervan was dat hij iemand vermoord had. Ik heb dat toen doorgegeven aan mijn collega achter het stuur. Die heeft op zijn beurt via de porto andere collega's gevraagd om een kijkje te nemen op de [a-straat]."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cec3a871b090b8cd23e0f0a2a7878665566763458c2b216ae2fdade30955fc0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cec3a871b090b8cd23e0f0a2a7878665566763458c2b216ae2fdade30955fc0b, en de alinea staat in dat document op bytes 10838 tot 11852.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cec3a871b090b8cd23e0f0a2a7878665566763458c2b216ae2fdade30955fc0b | shasum -a 256