Citaat | Hoge Raad 14 februari 2012
Alinea 78 Hoge Raad 14 februari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8789.
Via mijn broer ben ik in contact gekomen met [A] B.V. en [B] B.V. Het leek mij interessant om het bedrijf over te nemen. Ik kwam in contact met [verdachte en medeverdachte]. [Verdachte] was degene die het gebeuren op kantoor regelde. Op 13 januari 2003 zijn we naar de Kamer van Koophandel geweest. Na 13 januari 2003 was ik nog steeds werkzaam bij mijn oude werkgever. Na mijn werk ging ik naar [A]. [Verdachte] zat dan achter de computer te werken. Dit is ongeveer twee weken zo gegaan. Daarna ben ik ziek geworden. Zelfstandig heb ik binnen [A] niets gedaan. Van boekhouding heb ik niets gezien. [Verdachte] regelde de financiële zaken. Ik heb nooit een bankpasje ontvangen. Ik heb nooit iets gezien van facturen. Ik heb mij later laten uitschrijven als bestuurder van [A]. Daarna is er een nieuwe bestuurder ingeschreven, genaamd [betrokkene 3]. Bij de bestuurderswissseling bij de Kamer van Koophandel waren [verdachte] en [medeverdachte], [betrokkene 3] en ik aanwezig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2aa6dbfb52b91d3fcff67bc891bc702f0b2a7b5367df835c0dba8bfde3ed6ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2aa6dbfb52b91d3fcff67bc891bc702f0b2a7b5367df835c0dba8bfde3ed6ba, en de alinea staat in dat document op bytes 20446 tot 21435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2aa6dbfb52b91d3fcff67bc891bc702f0b2a7b5367df835c0dba8bfde3ed6ba | shasum -a 256