Citaat | Hoge Raad 27 maart 2012

Alinea 27 Hoge Raad 27 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8791.

In de nacht van 3 op 4 november 2007 stonden wij in verband met een gerichte opdracht in observatie op een pand gelegen aan de [a-straat] te Rotterdam. Omstreeks 3.20 uur werd gezien dat een doos achterin de kofferbak van een zwarte Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [AA-00-BB] werd gelegd. Vervolgens stapte een man achter het stuur van de Golf en reed weg. Op de A4 in de richting van Den Haag gaf ik ter hoogte van de Beneluxtunnel een stopteken. Nadat de Golf was gestopt overlegde de bestuurder mij een in Nederland afgegeven rijbewijs op naam van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats]. Op grond van de Accijnswet heb ik het voertuig doorzocht. Daarbij vond ik in de kofferbak 40 stuks vuurwerk die niet voorzien waren van een Nederlandstalige gebruiksaanwijzing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0672cdc84525cbf46f29fa9dd380031010042374353d1301eb53f8d84433c588. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0672cdc84525cbf46f29fa9dd380031010042374353d1301eb53f8d84433c588, en de alinea staat in dat document op bytes 9626 tot 10444.