Citaat | Hoge Raad 11 mei 2012

Alinea 32 Hoge Raad 11 mei 2012

Een alinea uit Hoge Raad 11 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8914.

3.13. Het Hof heeft met betrekking tot de bevoegdheid tot navordering geoordeeld dat in de oorspronkelijke aangifte een aanzienlijk bedrag aan inkomsten niet was vermeld en dat die aangifte dus onjuist was. In dat licht is het naar het oordeel van het Hof niet terecht de Inspecteur het verwijt van onzorgvuldigheid te maken, terwijl belanghebbende hetzelfde verwijt valt te maken. Naar het oordeel van het Hof kan niet worden gezegd dat het ambtelijk verzuim dat belanghebbende de Inspecteur verwijt, van dien aard is dat belanghebbende niet langer gebonden kan worden geacht aan de vaststellingsovereenkomst. Dit betekent dat de vraag of sprake is van een navordering rechtvaardigend nieuw feit niet aan de orde is, aldus het Hof. Daartegen richt zich het middel in het incidentele beroep in cassatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5660ec25650b1a8551e088c6d65e7bd72e1b8bf43cc882d8dd0b02b6a2bbfa7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5660ec25650b1a8551e088c6d65e7bd72e1b8bf43cc882d8dd0b02b6a2bbfa7e, en de alinea staat in dat document op bytes 10715 tot 11531.