Citaat | Hoge Raad 11 mei 2012
Alinea 56 Hoge Raad 11 mei 2012
Een alinea uit Hoge Raad 11 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8914.
7.1.3. Indien aldus zou worden vastgesteld dat een aanvulling op de aangifte door kantoor Buitenland van de Belastingdienst is ontvangen of aldaar is aangeboden, geldt als regel dat de Inspecteur daarvan, op straffe van het plegen van een ambtelijk verzuim, binnen een redelijke termijn kennis behoort te nemen ten behoeve van de vaststelling van de primitieve aanslag van de belastingplichtige. Dat zal anders kunnen zijn indien die aanvulling bijvoorbeeld niet de volledige en juiste gegevens bevat op basis waarvan die aanvulling voorafgaand aan het opleggen van de primitieve aanslag kan worden opgenomen in het (digitale) dossier van de belastingplichtige, zoals de vermelding van het belastingmiddel, het belastingjaar of -tijdvak, de naam van de belastingplichtige en diens sofinummer (thans: burgerservicenummer).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5660ec25650b1a8551e088c6d65e7bd72e1b8bf43cc882d8dd0b02b6a2bbfa7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5660ec25650b1a8551e088c6d65e7bd72e1b8bf43cc882d8dd0b02b6a2bbfa7e, en de alinea staat in dat document op bytes 19992 tot 20827.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5660ec25650b1a8551e088c6d65e7bd72e1b8bf43cc882d8dd0b02b6a2bbfa7e | shasum -a 256