Citaat | Hoge Raad 17 februari 2012

Alinea 36 Hoge Raad 17 februari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8926.

3.4.4. Voor zover het middel betoogt dat het Hof bij de beoordeling van de bedoeling van partijen acht had moeten slaan op de bijzondere aard en de wettelijke regeling van het notarisambt, slaagt het in zoverre dat die bijzondere aard een van de omstandigheden is die bij de hiervoor in 3.3.3 bedoelde toetsing dient te worden betrokken. Daarbij dient te worden opgemerkt dat bij die toetsing ook betekenis toekomt aan de maatschappelijke positie van degene wiens mogelijke hoedanigheid van werknemer wordt beoordeeld (zie HR 14 november 1997, nr. 16453, NJ 1998/149, onderdeel 3.4 slot). Indien het Hof van oordeel is geweest dat de aard van het notarisambt niet verder in de beoordeling hoefde te worden betrokken dan uit onderdeel 4.10 van zijn uitspraak blijkt, is het uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. Indien het de aard van het notarisambt en de daarmee samenhangende positie van de desbetreffende notarissen in het maatschappelijk verkeer wel verdergaand in zijn beoordeling heeft betrokken, blijkt daarvan niet uit zijn uitspraak, die dan in dit opzicht onvoldoende is gemotiveerd. In zoverre slaagt middel I.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b1d95f7bb2d86a97a161a6e840be2190ec2c744ebd3a1a558332a39b4c5abb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b1d95f7bb2d86a97a161a6e840be2190ec2c744ebd3a1a558332a39b4c5abb9, en de alinea staat in dat document op bytes 15297 tot 16437.