Citaat | Hoge Raad 10 februari 2012

Alinea 30 Hoge Raad 10 februari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU9900.

2.3 Bij brieven van 15 en 23 november 2011 heeft de advocaat van [eiser] c.s. zich uitgelaten over de te late betaling van het griffierecht en, onder verwijzing naar HR 4 november 2011, LJN BQ7045, verzocht artikel 409a lid 2 Rv. buiten toepassing te laten op de in artikel 127a lid 3, in verbinding met artikel 409a lid 3 Rv, genoemde grond. Daartoe heeft hij, samengevat weergegeven, aangevoerd dat de brief van 5 september 2011 en de nota van 12 september 2011 met de daarin genoemde betalingstermijn van 28 dagen na dagtekening van de nota hem in verwarring hebben gebracht, dat hij zich door deze correspondentie heeft laten leiden en dat de nadelige gevolgen van verwarrende mededelingen inzake de betalingstermijn vanwege de in cassatie met de vaststelling en inning van het griffierecht belaste gerechtelijke administratie niet ten laste van zijn cliënten behoren te komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ecea86c101b3666c71fffff542fadd2610f7cfe6d89c88c7f56011664e73ce1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ecea86c101b3666c71fffff542fadd2610f7cfe6d89c88c7f56011664e73ce1, en de alinea staat in dat document op bytes 7164 tot 8060.