Citaat | Hoge Raad 23 maart 2012
Alinea 46 Hoge Raad 23 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616.
Deze lezing mist feitelijke grondslag, omdat het hof blijkens de eerste volzin van rov. 3.11 in het midden heeft gelaten of [eiser] als "een persoon" in vorenbedoelde zin kan worden aangemerkt. Het onderdeel kan derhalve niet tot cassatie leiden. Niettemin zal in het hiernavolgende volledigheidshalve worden ingegaan op de vraag of de bepaling ook toepassing kan vinden in het geval dat de arbeid door een zelfstandig ondernemer op grond van een overeenkomst van aanneming van werk wordt verricht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83f41d204a858d658fe5c66c9fd6ade1793331879cf3f8b8241f5897a2049bd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83f41d204a858d658fe5c66c9fd6ade1793331879cf3f8b8241f5897a2049bd7, en de alinea staat in dat document op bytes 15228 tot 15740.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83f41d204a858d658fe5c66c9fd6ade1793331879cf3f8b8241f5897a2049bd7 | shasum -a 256