Citaat | Hoge Raad 23 maart 2012

Alinea 39 Hoge Raad 23 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0637.

3.2 [Eiser] vordert in dit geding, kort gezegd, (door)betaling van de hem ingevolge de overeenkomst toekomende vergoeding, alsmede betaling van een bedrag dat gemoeid is geweest met de aanschaf van een nieuwe bril, nadat hij (in 2001) bij het bezorgen van de krant ten val was gekomen. [Eiser] legt aan de eerste vordering ten grondslag dat TMG zijn contractuele wederpartij is en dat er geen grond bestond de overeenkomst te beëindigen. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen op de grond dat niet TMG maar de hiervoor in 3.1 onder (i) bedoelde [betrokkene 1] als opdrachtgever van [eiser] moet worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8149b6595a9c5f656326a4088f35539687865e214cd570f0d3b980af1e5c7d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8149b6595a9c5f656326a4088f35539687865e214cd570f0d3b980af1e5c7d0, en de alinea staat in dat document op bytes 9093 tot 9730.