Citaat | Hoge Raad 23 maart 2012
Alinea 41 Hoge Raad 23 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0637.
Voorts heeft het hof geoordeeld dat [eiser] niet heeft bestreden dat het [betrokkene 1] is geweest die hem aanwijzingen voor zijn werk heeft gegeven en dat daaraan niet afdoet dat [eiser] betalingen heeft ontvangen van de hiervoor in 3.1 onder (iii) bedoelde instantie met de aldaar vermelde referentie. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat TMG aan [eiser] een collectieve zorgverzekering heeft aangeboden en hem een bezorgershandleiding van DistriQ zou zijn ter hand gesteld (rov. 4.4.2). Op grond van het vorenstaande heeft het hof geoordeeld dat [eiser] zijn standpunt dat een contractuele relatie tot stand is gekomen tussen hem en TMG onvoldoende feitelijk heeft toegelicht in het licht van het daartegen door TMG gevoerde verweer (rov. 4.5). In rov. 4.6 heeft het hof het bewijsaanbod gepasseerd dat [eiser] bij memorie van grieven heeft gedaan om [betrokkene 4] en [betrokkene 1] als getuigen te horen over de in die memorie (op pag. 5 onder a) beschreven gang van zaken. Het overwoog daartoe:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8149b6595a9c5f656326a4088f35539687865e214cd570f0d3b980af1e5c7d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8149b6595a9c5f656326a4088f35539687865e214cd570f0d3b980af1e5c7d0, en de alinea staat in dat document op bytes 10608 tot 11626.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8149b6595a9c5f656326a4088f35539687865e214cd570f0d3b980af1e5c7d0 | shasum -a 256