Citaat | Hoge Raad 23 maart 2012

Alinea 43 Hoge Raad 23 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0637.

[Eiser] heeft voorts nog gewezen op de inhoud van een door hem bij memorie van grieven als productie 3 overgelegde brief van [betrokkene 2] aan hem van 15 september 2006, waaruit zijn inziens zou volgen dat [betrokkene 3] niet de mening is toegedaan dat zij een contractuele relatie heeft gehad met [eiser]. Dit valt echter in die brief niet te lezen en valt voorts niet te rijmen met de inhoud van de brief van [betrokkene 3] aan de advocaat van [eiser] van 13 februari 2007 (productie 6 bij conclusie van antwoord) waarin zij zich bereid verklaart om met [eiser] een regeling te treffen. Het hof ziet in het licht hiervan evenmin aanleiding om in te gaan op het aanbod van [eiser] om [betrokkene 2] als getuige te doen horen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8149b6595a9c5f656326a4088f35539687865e214cd570f0d3b980af1e5c7d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8149b6595a9c5f656326a4088f35539687865e214cd570f0d3b980af1e5c7d0, en de alinea staat in dat document op bytes 12497 tot 13238.