Citaat | Hoge Raad 13 januari 2012

Alinea 20 Hoge Raad 13 januari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0657.

4.2. Het middel richt zich tegen dit oordeel met het betoog dat het Hof artikel 33 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet IB 1964) heeft geschonden, nu volgens die bepaling rente slechts wordt genoten op het tijdstip waarop deze is ontvangen, verrekend, ter beschikking gesteld of rentedragend geworden. Volgens het middel zou bij een juiste rechtstoepassing de totale rente bij één persoon in aanmerking moeten worden genomen. Omdat belanghebbende niet heeft vermeld bij welke persoon dat zou moeten zijn, is het in het kader van de redelijke schatting niet onredelijk of willekeurig dat de Inspecteur voor twee ankers is gaan liggen, aldus het middel. Voorts wijst het middel erop dat het Hof - in de procedure met thans in cassatie het nummer 11/01561 - voor het jaar 1992 (het jaar van overlijden van de echtgenoot van de moeder van belanghebbende) niet heeft gekozen voor tijdsevenredige toerekening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31e9a3ca72b45f32b28e320ff6e3dc75344001f46ea3561c033431689ea253f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31e9a3ca72b45f32b28e320ff6e3dc75344001f46ea3561c033431689ea253f7, en de alinea staat in dat document op bytes 9030 tot 9968.