Citaat | Hoge Raad 4 mei 2012

Alinea 31 Hoge Raad 4 mei 2012

Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0662.

3.2. Voor de Rechtbank en het Hof was in geschil of de activiteiten in de jaren 2005 en 2006 voor belanghebbende een bron van inkomen vormden en zo ja, of de met die activiteiten behaalde voordelen zijn aan te merken als winst uit onderneming. Het Hof heeft, in navolging van de Rechtbank, de eerste vraag bevestigend beantwoord, waarbij in aanmerking is genomen dat vanaf 2005 de omzet een stijgende lijn vertoont en dat vanaf 2007 sprake is van een sterke omzetstijging en positieve resultaten. Evenals de Rechtbank heeft het Hof geoordeeld dat in 2005 en 2006 echter nog geen sprake was van een onderneming als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet IB 2001. Naar het oordeel van het Hof is in die jaren de omzet, vóór aftrek van kosten, die belanghebbende met de activiteiten in die jaren heeft behaald zodanig gering dat - althans in het onderhavige jaar - niet gesproken kan worden van een onderneming. Noch de omstandigheid dat belanghebbende naar buiten toe optreedt (op de in onderdeel 2.1.2 van de uitspraak van de Rechtbank weergegeven wijze), noch het relatief grote aantal aan zijn werkzaamheden bestede uren brengen het Hof tot een ander oordeel. Het Hof wijst erop dat het aantal bestede uren voor ruim 80 percent bestaat uit indirecte uren en dat het aantal directe uren zowel absoluut als relatief gering is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecdd103baaa49c1c3f81e25ed2c7b5109e7941be39a0d2475f8004a524e66ba9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecdd103baaa49c1c3f81e25ed2c7b5109e7941be39a0d2475f8004a524e66ba9, en de alinea staat in dat document op bytes 8494 tot 9829.