Citaat | Hoge Raad 4 mei 2012

Alinea 34 Hoge Raad 4 mei 2012

Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0662.

3.4.2. In navolging van de Rechtbank heeft het Hof in het onderhavige geval bij zijn oordeel het geheel van de daarvoor van belang zijnde omstandigheden waaronder belanghebbende zijn activiteiten verrichtte in aanmerking genomen en op grond daarvan in de omvang van belanghebbendes dienstverlenende activiteiten en de daarmee behaalde omzet een doorslaggevende reden gezien om (nog) geen onderneming aanwezig te achten. Dat oordeel geeft, gelet op het hiervoor in 3.4.1 overwogene, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Anders dan de klachten betogen, behoefde het Hof aan de omstandigheid dat belanghebbende in 2005 en 2006 veel uren heeft besteed aan acquisitie - door het Hof indirecte uren genoemd - niet de conclusie te verbinden dat deze omstandigheid in het kader van de beoordeling van het ondernemerschap in doorslaggevende zin een tegenwicht bood voor de geringe omzet. Daarmee heeft het Hof niet miskend dat de Wet IB 2001 aan het ondernemerschap niet de eis stelt van het behalen van een minimumomzet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecdd103baaa49c1c3f81e25ed2c7b5109e7941be39a0d2475f8004a524e66ba9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecdd103baaa49c1c3f81e25ed2c7b5109e7941be39a0d2475f8004a524e66ba9, en de alinea staat in dat document op bytes 11238 tot 12271.