Citaat | Hoge Raad 13 januari 2012

Alinea 44 Hoge Raad 13 januari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 13 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0774.

Onderdeel 2b voert aan dat, voor zover het hof heeft aangenomen dat op de Bank een onderzoeksplicht of waarschuwingsplicht rustte, het hiervoor in 5.4 geciteerde oordeel onbegrijpelijk is gemotiveerd. De Bank heeft immers aangevoerd dat van [eiser] kon worden verwacht (i) dat hij de draagwijdte van zijn e-mail kon overzien gelet op zijn functie als hooggeplaatste werknemer in een grote, internationaal opererende bank, (ii) dat hem nog enige tijd is gelaten om daarvan terug te komen, (iii) dat hij heeft moeten begrijpen hoe zijn e-mail door zijn leidinggevenden in Londen zou worden opgevat, en (iv) dat zijn e-mail niet ertoe strekte ontslag te nemen uit zijn dienstbetrekking, maar slechts dat hij bepaalde werkzaamheden niet langer wilde uitvoeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49ffe6a6081eca80250475e3e407a706e8cb3fcb295039e81f271488296ca799. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49ffe6a6081eca80250475e3e407a706e8cb3fcb295039e81f271488296ca799, en de alinea staat in dat document op bytes 14246 tot 15015.