Citaat | Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 38 Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1029.

niet-ontvankelijk had moeten verklaren, omdat het hoger beroep zich niet richtte tegen de uitgesproken echtscheiding en ook uit het verweerschrift van de man in appel, dat op 13 juli 2010 is ingediend, was gebleken dat geen incidenteel beroep tegen de echtscheiding was gericht. Vaststond, aldus nog steeds het middel, dat partijen in ieder geval met ingang van 13 juli 2010 hebben berust in de echtscheidingsbeschikking, als gevolg waarvan die op dat moment kracht van gewijsde had gekregen, zodat de beschikking uiterlijk op 13 februari 2011 (bedoeld zal zijn: 13 januari 2011) had moeten zijn ingeschreven. Kennelijk strekt het middel voorts ten betoge dat, nu de echtscheidingsbeschikking haar kracht had verloren, ook de door de rechtbank toegewezen nevenvoorziening is vervallen, en dat in een eventuele nieuwe procedure opnieuw beslist moet worden over de hoofdverblijfplaats van de minderjarige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f0ecd2edbfeea646d86668a997f728d3a1cc9b4bf2269a286ecb3ec0f66b81f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f0ecd2edbfeea646d86668a997f728d3a1cc9b4bf2269a286ecb3ec0f66b81f, en de alinea staat in dat document op bytes 8735 tot 9651.