Citaat | Hoge Raad 11 mei 2012

Alinea 48 Hoge Raad 11 mei 2012

Een alinea uit Hoge Raad 11 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1031.

3.7 De klachten van de onderdelen I.3 tot en met I.6 bouwen voort op die van de onderdelen I.1 en I.2 en delen het lot daarvan. De onderdelen I.4 en I.5 klagen nog dat aan het rapport van BING geen definitief oordeel met betrekking tot het waarheidsgehalte van de uitlatingen van [eiser] is te ontlenen, aangezien de bevoegdheden van BING beperkt waren en de onderzoeksmethode beperkt is gebleven tot het interviewen van betrokkenen. Deze klacht kan bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Anders dan de klacht betoogt ontleent het hof in de bestreden overwegingen 18.2 en 18.3 geen definitief oordeel met betrekking tot het waarheidsgehalte van de uitlatingen van [eiser] aan het rapport van BING, maar oordeelt het (slechts) dat uit dat rapport niet duidelijk is geworden of de aangevoerde feiten kloppen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03de2c6fdca455c0c66e2827c5b69938f615e7c5cbdd3e3e5f112a3b6621108c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03de2c6fdca455c0c66e2827c5b69938f615e7c5cbdd3e3e5f112a3b6621108c, en de alinea staat in dat document op bytes 14583 tot 15426.