Citaat | Hoge Raad 23 maart 2012
Alinea 83 Hoge Raad 23 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1056.
4.1.3 Dit verweer faalt. Op de enquêteprocedure zijn de bepalingen van toepassing van de verzoekschriftprocedure van art. 261 e.v. Rv. Op grond van art. 282 lid 4 Rv. kan iedere belanghebbende in die procedure een zelfstandig verzoek indienen, mits dit betrekking heeft op het onderwerp van het oorspronkelijke verzoek. Een verzoek om een onmiddellijke voorziening als bedoeld in art. 2:349a lid 2 of 2:355 lid 3 BW voldoet in beginsel aan deze laatste eis en kan dus ook door andere belanghebbenden worden gedaan dan de indieners van het enquêteverzoek of van het in art. 2:355 lid 1 BW genoemde verzoek tot het treffen van de in art. 2:356 BW genoemde voorzieningen. De omstandigheid dat de tekst van de wet alleen de indieners van deze verzoeken noemt bij de mogelijkheid tot het doen van het verzoek om een onmiddellijke voorziening, is onvoldoende grond voor een wetsuitleg in andere zin. Er is geen genoegzame reden om aan andere belanghebbenden, in afwijking van art. 282 lid 4 Rv., deze mogelijkheid te onthouden. Aan het onthouden van die mogelijkheid aan hen kleeft bovendien het bezwaar dat zij voor een voorlopige voorziening zouden zijn aangewezen op een kort geding, hetgeen leidt tot dubbele procedures en het risico in zich draagt van tegenstrijdige uitspraken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d2a5e59a2f353e15a9d0390f6f23a75fe91d20bac023155f9ccb01e0aed6d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d2a5e59a2f353e15a9d0390f6f23a75fe91d20bac023155f9ccb01e0aed6d1, en de alinea staat in dat document op bytes 24618 tot 25910.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30d2a5e59a2f353e15a9d0390f6f23a75fe91d20bac023155f9ccb01e0aed6d1 | shasum -a 256