Citaat | Hoge Raad 23 maart 2012

Alinea 85 Hoge Raad 23 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1056.

4.1.5 Deze klachten zijn ongegrond. De in art. 2:349a lid 2 en 2:355 lid 3 BW bedoelde onmiddellijke voorzieningen worden, blijkens eerstgenoemde bepaling, gegeven voor ten hoogste de duur van het geding. Met het geding wordt in dit verband bedoeld de enquêteprocedure. Die procedure eindigt, voor zover hier van belang, met het onherroepelijk worden van de beschikking op het verzoek als bedoeld in art. 2:355 lid 1 BW dan wel, ingeval tijdelijke voorzieningen als genoemd in art. 2:356, aanhef en onder c, d en e, BW zijn getroffen die later eindigen dan het tijdstip waarop de zojuist genoemde beschikking onherroepelijk wordt, bij het eindigen van die voorzieningen. Nadat de enquêteprocedure is geëindigd, kunnen geen onmiddellijke voorzieningen meer worden getroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d2a5e59a2f353e15a9d0390f6f23a75fe91d20bac023155f9ccb01e0aed6d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d2a5e59a2f353e15a9d0390f6f23a75fe91d20bac023155f9ccb01e0aed6d1, en de alinea staat in dat document op bytes 26205 tot 26994.