Citaat | Hoge Raad 6 april 2012

Alinea 44 Hoge Raad 6 april 2012

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1522.

Daarom kunnen de klachten van de onderdelen 2.2 en 2.3, dat reeds vervallen L/C's niet kunnen herleven door acceptatie van de wissels en dat Solvochem niet op grond van het accepteren van de wissels door Rafidain Bank gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat de L/C's zouden herleven of werden verlengd, bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Naar het oordeel van het hof waren de wissels immers tijdig, dus voor de vervaldata van de L/C's, aangeboden, zodat er geen sprake was van een vervallen en herleven van de L/C's, terwijl voorts de verlenging van de vervaldata door het hof niet is gebaseerd op aan de brief van 7 december 1987 ontleend vertrouwen van Solvochem, maar die brief naar het kennelijke oordeel van het hof juist overeenstemde met de door Solvochem gestelde en met andere bewijsstukken onderbouwde verlenging van de vervaldata.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d13b4ac640c5b36cd6993ede6abb3d8b4c468f3d0fcb29f87bd4159d8c21dd45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d13b4ac640c5b36cd6993ede6abb3d8b4c468f3d0fcb29f87bd4159d8c21dd45, en de alinea staat in dat document op bytes 16269 tot 17147.