Citaat | Hoge Raad 26 juni 2012
Alinea 85 Hoge Raad 26 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1642.
Allereerst is in dit verband van belang dat de bestuursrechtelijke bevoegdheid - de staandehouding op grond van artikel 50 Vreemdelingenwet 2000 - en de daaropvolgende strafvorderlijke interventies door één en hetzelfde orgaan zijn uitgeoefend (de Koninklijke Marechaussee), en wel mede in het kader van de strafrechtelijke rechtshandhaving (gericht op het tegengaan van mensensmokkel). Voorts wijst het hof erop dat in de vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van Mens voor de toepassing van het EVRM geen doorslaggevend belang wordt verbonden aan de indeling van bevoegdheden naar het nationaal recht van de lidstaten. Zo kan sprake zijn van een 'criminal charge' in de zin van artikel 6, eerste lid EVRM, terwijl het naar nationaal recht gaat om een procedure waarin mogelijk een bestuurlijke boete zal worden opgelegd. Voorts blijkt uit de zaak Saunders v. UK (EHRM 17 december 1996, NJ 1997/699) dat de wijze waarop in een strafrechtelijke procedure gebruik wordt gemaakt van resultaten verkregen door aanwending van bestuursrechtelijke bevoegdheden een schending van artikel 6 EVRM kan opleveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1903e4437c578456fc1a6b83df70325622eb47d8631bf868d62006fbfe4d665e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1903e4437c578456fc1a6b83df70325622eb47d8631bf868d62006fbfe4d665e, en de alinea staat in dat document op bytes 37151 tot 38285.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1903e4437c578456fc1a6b83df70325622eb47d8631bf868d62006fbfe4d665e | shasum -a 256