Citaat | Hoge Raad 26 juni 2012
Alinea 92 Hoge Raad 26 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1642.
Hoewel door de verdediging niet is bepleit dat de onrechtmatige staandehouding van de verdachte zou moeten leiden tot de niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging, merkt het hof dienaangaande het volgende op. De niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging komt, als in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering voorzien rechtsgevolg, slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Er dient sprake te zijn van een vormverzuim dat hierin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat dit in de onderhavige zaak niet aan de orde is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1903e4437c578456fc1a6b83df70325622eb47d8631bf868d62006fbfe4d665e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1903e4437c578456fc1a6b83df70325622eb47d8631bf868d62006fbfe4d665e, en de alinea staat in dat document op bytes 41691 tot 42605.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1903e4437c578456fc1a6b83df70325622eb47d8631bf868d62006fbfe4d665e | shasum -a 256