Citaat | Hoge Raad 1 juni 2012
Alinea 82 Hoge Raad 1 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 1 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1748.
De advocaten zijn overeengekomen dat B&W nog goedkeuring dienden te verlenen aan het resultaat van die onderhandelingen. In de tekst van de intentieovereenkomst is dit vastgelegd in de vorm van een opschortende voorwaarde. Nu B&W niet onvoorwaardelijk hebben ingestemd met de overeenkomst, is de opschortende voorwaarde in beginsel niet vervuld en is geen definitieve overeenkomst tot stand gekomen. Art. 6:23 lid 1 BW bepaalt echter dat wanneer de partij die bij de niet-vervulling belang had de vervulling heeft belet, de voorwaarde als vervuld geldt indien de redelijkheid en billijkheid dit verlangen. De stelling van [verweerster] c.s. dat de omstandigheid dat B&W de overeenkomst van 22 september 2009 niet hebben goedgekeurd, niet eraan in de weg staat dat de Gemeente de overeenkomst dient na te komen, vat het hof, "zo nodig onder ambtshalve aanvulling van rechtsgronden", op als een beroep op artikel 6:23 lid 1 (rov. 30).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aadc79867cdffcab205776d12bd3779a0606f9bf07f59fb5a84dc37b6815ee41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aadc79867cdffcab205776d12bd3779a0606f9bf07f59fb5a84dc37b6815ee41, en de alinea staat in dat document op bytes 24766 tot 25724.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aadc79867cdffcab205776d12bd3779a0606f9bf07f59fb5a84dc37b6815ee41 | shasum -a 256