Citaat | Hoge Raad 30 maart 2012
Alinea 36 Hoge Raad 30 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1749.
3.3 Onderdeel 2.1.1 van het hiertegen gerichte middel keert zich tegen rov. 4 van de beschikking van het hof en houdt kort samengevat in dat het hof ten onrechte niet mede het bestaan en de omvang van de door de man gestelde schulden heeft onderzocht. Het onderdeel faalt. Het hof is als feitenrechter vrij in de uitleg van de processtukken; deze uitleg kan in cassatie niet op juistheid worden onderzocht. Het kennelijke oordeel van het hof dat de vrouw geen grieven heeft gericht tegen het hiervoor in 3.2.2 (eerste zin) weergegeven oordeel van de rechtbank, is niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f3eea55bc5aa4bf06c9e4418b41fc556bb277748d72b0cdf25ca2c4dfd40c4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f3eea55bc5aa4bf06c9e4418b41fc556bb277748d72b0cdf25ca2c4dfd40c4f, en de alinea staat in dat document op bytes 10123 tot 10720.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5f3eea55bc5aa4bf06c9e4418b41fc556bb277748d72b0cdf25ca2c4dfd40c4f | shasum -a 256